Door

Relatief veel zzp’ers doen een beroep op de Tozo

bijstand Tozo zzp'er

De duurzame economische zelfstandigheid van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) is al lang het terrein van vele politieke en beleidsmatige discussies. Een belangrijke vraag hierbij is of zzp’ers voldoende inkomensalternatieven hebben om een eventueel verlies van hun ondernemersinkomen op te vangen. Onderzoeksbureau Panteia deed hiernaar samen met het CBS een door Instituut Gak gesubsidieerd onderzoek. Relatief veel meer zzp’ers blijken tijdens de coronacrisis een beroep te doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) dan ze bij ‘gewoon’ inkomensverlies zouden doen op de bijstand.

Uit het onderzoek blijkt dat een vijfde van alle zzp’ers geen alternatief (bijvoorbeeld inkomsten uit loondienst, een partnerinkomen, financiële reserves) heeft om op terug te vallen als het ondernemersinkomen wegvalt. Toch blijkt dat wanneer dit echt gebeurt, ‘slechts’ zeven procent van deze groep in de bijstand komt. Dit komt doordat ze tegelijk met of kort na het wegvallen van het ondernemersinkomen andere inkomensbronnen aanboren. Het gaat daarbij vooral om (verhoging van) het partnerinkomen en eigen inkomsten uit loondienst. Ter vergelijking: van alle zzp’ers van wie het ondernemersinkomen wegvalt, komt twee procent in de bijstand. In de twee jaren na het jaar waarin het ondernemersinkomen wegviel, daalt het percentage in de bijstand weer. Vooral laagopgeleide zzp’ers in eenpersoons- en eenouderhuishoudens lopen risico in de bijstand te belanden.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

De inkomensalternatieven van zzp’ers zijn plotseling zeer actueel door de coronacrisis. Veel zzp’ers krijgen daardoor te maken kregen met vraaguitval. Om de financieel-economische gevolgen van de crisis voor bedrijven en werkenden zoveel mogelijk te beperken, heeft de rijksoverheid verschillende steunprogramma’s in het leven geroepen. Eén daarvan is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze regeling zorgt voor een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen van zelfstandig ondernemers door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Ook voorziet de Tozo in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen door de crisis op te vangen.

Partnertoets

Eind april 2020 had zich ongeveer 40 procent van de zzp’ers gemeld voor de eerste tranche van de Tozo, die liep van maart tot en met mei 2020. De meeste aanvragen betreffen volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ondersteuning voor levensonderhoud. Op grond van het onderzoek verwacht Panteia dat maximaal 60 procent van de zzp’ers voor deze ondersteuning in aanmerking komt. Voor de tweede tranche van de Tozo (juni tot en met augustus 2020) is in tegenstelling tot de eerste tranche de partnertoets van toepassing. Panteia denkt dat daarop nog maximaal zo’n 25 procent van de zzp’ers aanspraak kan maken.

Inkomensverlies vanwege de coronacrisis

Deze percentages liggen volgens Panteia fors hoger dan de hierboven genoemde zeven procent van de zzp’ers zonder inkomensalternatieven die ‘normaal’ bij het wegvallen van hun ondernemersinkomen in de bijstand belandt. Een belangrijke verklaring hiervoor is het genoemde plotselinge karakter van het inkomensverlies vanwege de coronacrisis. Hierdoor waren zzp’ers niet in staat planmatig en tijdig andere inkomensbronnen te vinden. Bovendien bemoeilijkt de door de crisis afgenomen vraag op de arbeidsmarkt het ontdekken van alternatieve inkomstenbronnen.

Bron: Panteia